Ayvens schrijft op zijn eigen pagina dat de pseudo-eindheffing een werkgeversheffing is. Athlon noemt 1 januari 2027 een "moment om over te stappen". De Rijksoverheid beschrijft de youngtimer-versobering, de pseudo-eindheffing en de EV-bijtelling-afbouw netjes los van elkaar, in drie aparte Kamerstukken. Geen van deze partijen zet de drie wijzigingen op één pagina, voor één rijder.
Wij wel. Drie wetswijzigingen, één datum, één werknemer, één werkgever. Tot op de cent.
Wat er op 1-1-2027 verandert, in één blik
Op 1 januari 2027 treden drie regelingen in werking die in dezelfde sector ingrijpen, maar in de berichtgeving altijd los van elkaar worden behandeld.
Eén. De youngtimer-regeling schuift van 16 naar 25 jaar minimumleeftijd. Auto's tussen 16 en 24 jaar oud vallen niet langer onder het gunstige regime van 35 procent bijtelling over de dagwaarde. Ze vallen terug op het normale regime: 22 procent over de oorspronkelijke cataloguswaarde. De groep die geraakt wordt is precies de groep die de afgelopen jaren bewust voor een youngtimer koos.
Twee. De pseudo-eindheffing voor brandstof- en hybride-auto's gaat in. Werkgevers die per 1 januari 2027 voor het eerst een benzine-, diesel- of hybride personenauto ter beschikking stellen aan een werknemer die ook privé mag rijden, betalen 12 procent extra belasting per jaar over de cataloguswaarde van de auto. Niet voor de werknemer, voor de werkgever. Tenminste, op papier.
Drie. De bijtellingskorting voor volledig elektrische auto's wordt verder afgebouwd. In 2026 geldt 18 procent over de eerste € 30.000 van de cataloguswaarde en 22 procent daarboven. In 2027 stijgt dat lagere percentage naar 20 procent. In 2028 verdwijnt het verschil helemaal en gaan EV's op 22 procent over de volledige cataloguswaarde.
De rekentool van de leasemaatschappij toont er één per pagina. Wij rekenen ze hier samen.
De drie regelingen naast elkaar
| Wijziging | Per 1-1-2026 | Per 1-1-2027 | Per 1-1-2028 |
|---|---|---|---|
| Youngtimer minimumleeftijd | 16 jaar | 25 jaar | 25 jaar |
| Bijtelling EV tot € 30.000 | 18% | 20% | 22% |
| Bijtelling EV boven € 30.000 | 22% | 22% | 22% |
| Bijtelling brandstof, diesel, hybride | 22% | 22% | 22% |
| Pseudo-eindheffing brandstof of hybride | n.v.t. | 12% | 12% |
| MRB-korting EV | 30% | 30% | 30% |
| MRB-korting plug-in hybride | nul | nul | nul |
De vierde rij verandert niet: bijtelling brandstof staat al jaren op 22 procent. Maar de combinatie van die ongewijzigde bijtelling met de nieuwe pseudo-eindheffing maakt de brandstof-auto in 2027 wel degelijk duurder. Alleen niet zichtbaar op de loonstrook van de werknemer.
De casus
Een werknemer met € 58.000 brutoloon, een werkgever die in 2027 een nieuw leasecontract afsluit, en een keuze tussen vier auto's. Allemaal cataloguswaarde € 45.000.
| Type auto | Bijtelling 2027 | Pseudo-eindheffing werkgever 2027 |
|---|---|---|
| Brandstof (benzine of diesel) | € 9.900 | € 5.400 |
| Plug-in hybride | € 9.900 | € 5.400 |
| Volledig elektrisch, nieuw 2027 | € 9.300 | nul |
| Youngtimer 2010, dagwaarde € 8.000 | € 9.900 (was € 2.800) | nul |
De EV-bijtelling van € 9.300 komt uit € 30.000 maal 20 procent (€ 6.000) plus € 15.000 maal 22 procent (€ 3.300). De brandstof-bijtelling is simpelweg € 45.000 maal 22 procent. De pseudo-eindheffing is € 45.000 maal 12 procent.
Voor de werknemer in de brandstof-auto verandert er op de loonstrook niets. Voor de werknemer in de EV wel: zijn bijtelling stijgt met € 600 ten opzichte van 2026. Voor de werknemer met een 2010-youngtimer die in 2027 voor het eerst van eigenaar wisselt of in dat jaar voor het eerst ter beschikking wordt gesteld, stijgt de bijtelling met € 7.100 per jaar. Bruto.
En tot zover de bruto bijtelling.
De marginale-druk-paradox
Bijtelling kost geen 22 procent. En geen 37,56 procent. Hij kost meer.
Bij een werknemer met € 58.000 brutoloon en een EV-bijtelling van € 9.300 in 2027 gebeurt het volgende. Over de bijtelling wordt loonheffing geheven in schijf 2 (37,56 procent), dat is € 3.492. Tegelijkertijd wordt de algemene heffingskorting met 6,398 procent afgebouwd per extra euro verzamelinkomen. Over de € 9.300 bijtelling is dat zo'n € 595 extra. En de arbeidskorting wordt voor inkomens boven € 45.592 ook al afgebouwd met 6,51 procent per euro, wat over deze € 9.300 nog eens circa € 605 kost.
Effectieve druk: € 3.492 plus € 595 plus € 605, samen € 4.692, op een bruto bijtelling van € 9.300. Dat is 50,5 procent, niet de 37,56 procent die de rekentool van Ayvens toont.
Het verschil bedraagt zo'n € 1.200 per jaar. Het staat nergens. Voor wie tegelijk kinderopvangtoeslag ontvangt of huurtoeslag op de grens zit, komt daar nog een toeslagen-cliff bovenop. In het uiterste geval loopt de marginale druk dan boven 60 procent uit.
Ayvens, Athlon, DutchLease, LeaseRoute, Berekenhet, Rekenbuddy: allemaal noemen ze de heffingskorting-afbouw in een voetnoot. Geen van allen rekent het door in de uitkomst. Het is geen onwetendheid. Het is verkoopinstrumentarium. Een lagere getoonde bijtelling verkoopt een dure leaseauto makkelijker.
Wie betaalt de pseudo-eindheffing werkelijk
De pseudo-eindheffing van 12 procent is formeel een werkgeverslast. De Belastingdienst boekt het bij de werkgever. Punt.
Behalve dat bedrijven zo niet werken.
Een wagenparkbudget is een aantal euro's per jaar dat de werkgever bereid is uit te geven aan mobiliteit voor een groep werknemers. Stijgen de kosten per auto, dan zijn er drie opties. Het budget per auto stijgt mee, de auto wordt kleiner, of de eigen bijdrage van de werknemer gaat omhoog. In een organisatie met 80 leasecontracten en 12 procent structureel extra kosten op de helft daarvan komt het bedrijf bij de begroting voor 2028 of 2029 één van die drie keuzes tegen.
Alle drie zijn een vorm van doorberekening aan de rijder. Niet zichtbaar op de loonstrook, wel zichtbaar in de keuze tussen een Audi A4 en een Skoda Octavia bij de volgende contractverlenging.
Voor leasecontracten die vóór 1 januari 2027 zijn afgesloten geldt een overgangsregeling tot 17 september 2030. Dat klinkt royaal, maar betekent in de praktijk dat een vijfjarig leasecontract dat in januari 2026 ingaat, voor de laatste vier maanden (mei tot september 2030) buiten de overgangsregeling valt zodra de auto na 17 september 2030 nog op het contract staat. Bij verlenging vervalt de regeling sowieso. En als de auto binnen de overgangsperiode aan een nieuwe werkgever wordt overgedragen, vervalt de regeling onmiddellijk.
De maand waarin een leasecontract in 2026 ingaat bepaalt voor honderden euro's per maand of de pseudo-eindheffing aan het einde van de looptijd nog raakt.
De youngtimer-cliff per geboortejaar
De versobering van de youngtimer-regeling werkt in twee stappen, en wie welke stap raakt hangt af van het bouwjaar van de auto.
In 2026 verschuift de minimumleeftijd van 15 naar 16 jaar. Voor wie in 2025 al een youngtimer-auto van 15 jaar of ouder had: er verandert niets, want die auto is in 2026 sowieso al 16 jaar oud. Voor wie in 2026 nét een auto van 15 jaar koopt: in 2026 nog geen youngtimer, in 2027 al niet meer mogelijk, want dan is de grens 25 jaar.
In 2027 schuift de grens door naar 25 jaar. Auto's van tussen 16 en 24 jaar oud vallen weg uit de regeling. Voor deze groep is er een beperkte overgangsregeling: auto's die in 2026 16 jaar oud worden mogen onder de youngtimer-regeling blijven vallen, zolang de auto niet van eigenaar wisselt. Bij verkoop, bij overgang naar een nieuwe werkgever, bij wisseling tussen privé en zaak vervalt de regeling.
Wat dat in cijfers betekent voor één concrete situatie. Een Volkswagen Tiguan uit 2010, gekocht in 2025 voor € 7.000, dagwaarde € 8.000, cataloguswaarde indertijd € 45.000.
| Jaar | Regeling | Berekening | Bijtelling |
|---|---|---|---|
| 2025 | Youngtimer | 35% × € 8.000 | € 2.800 |
| 2026 | Youngtimer (auto wordt 16) | 35% × € 8.000 | € 2.800 |
| 2027 | Normaal regime | 22% × € 45.000 | € 9.900 |
Bruto bijtelling stijgt met € 7.100 per jaar, structureel. Voor een rijder in de tweede schijf is dat netto ergens rond € 3.500 erbij, inclusief de afbouw van heffingskortingen. Vermenigvuldigd over zes jaar tot deze auto 25 wordt en weer onder de oldtimer-regeling zou kunnen vallen: meer dan € 20.000 over de looptijd.
Er is een tweede cliff die hier omheen draait. Per 1 januari 2028 vervalt voor auto's uit 1988 en jonger de MRB-vrijstelling die oldtimers nu nog kennen. Auto's die in 2028 hun veertigste verjaardag vieren krijgen geen vrijstelling meer. Voor wie nu een youngtimer aanschaft als investering op de lange termijn: na 1-1-2027 niet meer onder youngtimer, en na 1-1-2028 op zijn vroegst onder een afgekalfde oldtimer-regeling. De rekentool De oldtimer zet die twee opeenvolgende cliffs naast elkaar.
De keuze in 2026, drie scenario's
In 2026 zit elke werkgever en elke werknemer met een mobiliteitsbeslissing in een venster waarin het oude regime nog deels werkt en het nieuwe nog niet helemaal in. Drie reële scenario's.
Scenario één: leasecontract afsluiten in 2026 voor een EV. De bijtelling van 18 procent over de eerste € 30.000 staat 60 maanden vast vanaf de eerste tenaamstelling. Voor een auto die in januari 2026 op kenteken gaat: bijtelling vastgezet tot januari 2031 op het 2026-niveau. Voor de werkgever geldt: geen pseudo-eindheffing (EV's zijn uitgezonderd), MRB-korting 30 procent tot 2028, daarna 25 procent in 2029, vol tarief vanaf 2030. Voor de werknemer: stabiel, geen verrassing tijdens de looptijd.
Scenario twee: leasecontract afsluiten in 2026 voor brandstof of hybride. De bijtelling staat ook hier 60 maanden vast op 22 procent. Maar de pseudo-eindheffing van 12 procent raakt deze auto pas vanaf 17 september 2030, als hij dan nog rijdt onder hetzelfde leasecontract en niet aan een andere werkgever is overgedragen. Bij een contract van 60 maanden ingaande januari 2026: laatste vier maanden buiten de overgangsregeling. Bij een contract van 60 maanden ingaande mei 2026: alles binnen de overgangsregeling. De startmaand bepaalt voor de werkgever honderden tot duizend euro of de pseudo-eindheffing nog raakt of niet.
Scenario drie: youngtimer aanschaffen in 2026. Lonend tot 31 december 2026, mits de auto in 2026 al minstens 16 jaar oud is en niet van eigenaar wisselt voor 1-1-2027. Vanaf 1 januari 2027 valt deze hele categorie weg, ook voor auto's die je al rijdt, tenzij ze in 2026 al onder de overgangsregeling vielen en in eigen bezit zijn gebleven. Voor wie nu een youngtimer overweegt: het venster is 2026. Daarna sluit het.
Wat de rekenmodellen niet doen
De top tien van Google op "bijtelling 2026 berekenen" bestaat uit rekentools van leasemaatschappijen (Ayvens, Athlon, Rabobank, DutchLease, LeaseRoute) en generieke calculators (Berekenhet, Rekenbuddy, Nettomaandinkomen, Vaartland). Ze doen allemaal hetzelfde: cataloguswaarde maal bijtellingspercentage maal belastingschijf is netto bijtelling per maand.
Wat ze niet doen.
Geen rekenmodel rekent de afbouw van de algemene heffingskorting en de arbeidskorting door als het inkomen door de bijtelling boven een afbouwgrens komt. Geen rekenmodel toont het toeslagen-effect: een hoger toetsingsinkomen door bijtelling betekent minder kinderopvangtoeslag of huurtoeslag, soms cliff-achtig. Geen rekenmodel toont de pseudo-eindheffing voor de werkgever naast de bijtelling voor de werknemer, terwijl beide bedragen uit hetzelfde wagenparkbudget komen. Geen rekenmodel projecteert de 60-maandentermijn naar de cliff in de 61e maand, waar de bijtelling van een EV plotseling teruggaat naar het standaardtarief. Geen rekenmodel splitst de youngtimer-overgangsregeling per bouwjaar uit.
Het zijn rekenmachines voor de loonadministrateur, niet voor de fiscaal-rationale werknemer of werkgever. Dat is geen oordeel. Een rekenmachine doet wat hij doet. Maar wie er een investeringsbeslissing op baseert die zes of zeven jaar doorloopt, kijkt naar de helft van de rekening.
Wat de cliffs samen doen, per type rijder
| Type rijder | Effectieve verandering per 1-1-2027 |
|---|---|
| Werknemer EV, contract uit 2025 (60 mnd vast op 17%) | Geen, vastgezet tot 2030 |
| Werknemer EV, nieuw contract 2027 | +2 procentpunt bijtelling vs 2026 |
| Werknemer brandstof, nieuw contract 2027 | Indirect: krappere wagenparkbudgetten over 1 tot 2 jaar |
| Werknemer hybride, nieuw contract 2027 | Indirect, idem |
| Youngtimer-rijder, auto 16 tot 24 jaar oud | Bijtelling stijgt van 35% × dagwaarde naar 22% × cataloguswaarde |
| Youngtimer-rijder, auto 25 jaar of ouder | Geen, blijft binnen regeling |
| Werkgever, nieuw brandstof- of hybride-contract 2027 | +12% pseudo-eindheffing over cataloguswaarde, per auto per jaar |
Wat de overheid presenteert, en wat de rekening doet
De Rijksoverheid en het kabinet beschrijven de drie regelingen als drie afzonderlijke vergroeningsmaatregelen. De pseudo-eindheffing stimuleert elektrificatie van zakelijke wagenparken. De youngtimer-versobering gaat fiscaal-ingegeven keuze voor oudere, vervuilende auto's tegen. De EV-bijtelling-afbouw markeert het einde van een tijdelijk stimuleringsregime.
Per regeling klopt elk van die verhalen. Tegelijkertijd geldt: drie maatregelen op dezelfde datum, in dezelfde sector, gericht op dezelfde groep keuzes. Elke maatregel afzonderlijk lijkt mild. Samen vormen ze een structurele verschuiving van honderden tot duizenden euro's per rijder per jaar.
De groep die het hardst geraakt wordt is de groep die in 2025 en 2026 nog rationele keuzes maakte onder het oude regime. Youngtimer-rijders die hun auto willen verkopen of van werkgever wisselen na 1-1-2027. Brandstof-leasecontracten met restloop na 17 september 2030. EV-leasecontracten waarvan de 60-maandenregel afloopt in de drempel.
Niet iedereen wist op het moment van zijn keuze welke wijzigingen er nog aankwamen. Pseudo-eindheffing is in zijn definitieve vorm pas in november 2025 door de Tweede Kamer aangenomen. De youngtimer-versobering werd in dezelfde maand definitief, met een overgangsregeling die pas in december 2025 werd toegevoegd na druk vanuit de Eerste Kamer.
De rekensom voor jouw situatie
De drie cliffs zitten apart in de rekentools, en de bijtelling-doorrekening per type rijder ook. De auto van de zaak rekent de bijtelling voor 2026, 2027 en 2028 naast elkaar, inclusief het cap-effect bij EV's en de overgangsregeling voor lopende contracten. De gespecialiseerde versies voor de werknemer, de zzp'er en de dga rekenen het inclusief de doorwerking op heffingskortingen en, voor de werkgever-route, inclusief de pseudo-eindheffing.
De youngtimer-overgangsregeling staat in De oldtimer, met de cliff in 2027 voor de youngtimer en de cliff in 2028 voor de oldtimer-MRB naast elkaar. Voor wie de bredere kopen-of-leasen-vraag wil doorrekenen, los van de drie cliffs, staat de zeven-jaars-vergelijking in Leasen of kopen.
Bruto is de verleiding: één regeling op tafel, één tarief, één calculator. Netto is de waarheid: drie regelingen, één datum, en een werkelijke kostenverandering die niemand uit één tabel kan aflezen. Behalve nu uit deze.
Naar de tool: De auto van de zaak →Reken jouw situatie door op De auto van de zaak. Drie cliffs, één datum, tot op de cent.