Lijfrente storten of niet.
Hoeveel storten levert nu het meeste op, en wanneer is genoeg?
De aanbieder zet de aftrek groot op de pagina en stopt daar. Wat telt is het verschil tussen het tarief waartegen je nu aftrekt en het tarief waartegen je later uitkeert, minus de kosten die er al die jaren afgaan. De rekensom die elke ZZP'er in november maakt, hier helemaal door.
Wat is je inkomen en pensioenopbouw?
Jaarruimte 2026 is 30% van je inkomen boven de AOW-franchise van € 19.172, min de opbouw via een werkgever. Daarna rekenen we de tariefwinst en de kosten door.
Winst uit onderneming of bruto loon van vorig jaar. Telt mee tot maximaal € 137.800.
De meeste ZZP'ers bouwen niets op via een werkgever. Dan is factor A nul en is je ruimte het hoogst.
Onbenutte jaarruimte van de afgelopen tien jaar die je nu nog mag inhalen. Maximaal € 42.753 in 2026. Laat op 0 als je het niet weet.
Vaak val je op pensioenleeftijd in schijf 1 zonder AOW-premie: 17,87%. Verwacht je een hoog pensioeninkomen, kies dan een hogere schijf. Dit getal bepaalt of storten loont.
Bruto, vóór kosten. Historisch ca. 7% voor wereldwijde aandelen, conservatiever lager.
Beheerkosten van de lijfrenterekening of -verzekering. Een bank-beleggingsrecht zit vaak rond 0,2 tot 0,5%; een verzekeraar loopt op tot 1,5% of meer. Dit is de stille kostenpost die de aanbieder klein houdt.
Hoe langer de pot staat, hoe meer het rendement samengesteld groeit, maar ook hoe langer de kosten en de lock-in lopen.
Twee paden voor dezelfde euro's. De lijfrente (mint) start hoger, want je krijgt de aftrek meteen terug en herinvesteert die mee, en groeit belastingvrij in de pot, maar er gaan elk jaar kosten af en bij uitkering nog belasting. Hetzelfde geld zonder aftrek in Box 3 (amber) groeit met je rendement min de vermogensbelasting. De punten rechts tonen wat je netto overhoudt aan het eind: het verschil is wat de lijfrente je werkelijk oplevert.