Beleggen levert op de lange termijn zeven procent op, extra aflossen op je hypotheek alleen je hypotheekrente van een procent of vier. Zo wordt de keuze gepresenteerd, en zo verschijnt hij in vrijwel elke calculator: een mooi rendement tegenover een mager rendement. Wat er niet bij staat: dat beleggen in box 3 belast wordt en aflossen niet, en dat je hypotheekrente na aftrek lager uitvalt dan op de offerte. Reken die twee correcties mee, en de afstand tussen zeven en vier procent krimpt tot iets wat je nauwelijks nog een keuze kunt noemen.

Het gaat niet om welk getal het grootste is. Het gaat om wat er na belasting en zekerheid overblijft. Dat is een rekensom, en de uitkomst valt anders uit dan de folder.

Waarom zeven procent geen zeven procent is

Wie belegt, doet dat met vermogen dat in box 3 valt. In 2026 rekent de Belastingdienst voor beleggingen met een forfaitair rendement van 6%, en daarover betaal je 36% belasting. Dat is een heffing van 2,16% over je belegde vermogen, elk jaar, of je nu winst maakt of niet. Boven het heffingsvrije vermogen van € 59.357 per persoon, € 118.714 met een fiscaal partner, gaat die heffing lopen.

Haal je zeven procent bruto rendement, dan houdt de fiscus daar via het forfait grofweg 2,16 procentpunt van in. Wat overblijft is geen zeven, maar dichter bij vijf procent netto. En dat geldt alleen als je werkelijke rendement hoger ligt dan het forfait; ligt het lager, dan kun je sinds 2026 via de tegenbewijsregeling op het lagere werkelijke rendement uitkomen, maar dan is je winst per definitie ook kleiner.

Aflossen kent die heffing niet. Een euro die je aflost, verdwijnt uit je box 3-vermogen: hij levert geen forfaitair rendement op waarover je belasting betaalt, en hij verlaagt bovendien je schuld. Het rendement op aflossen is gegarandeerd en onbelast, en gelijk aan je hypotheekrente. Daar staat tegenover dat je die rente in box 1 mag aftrekken tegen maximaal 36,97% in 2026, waardoor je effectieve rentelast lager is dan het percentage op je offerte.

De twee correcties, naast elkaar

Neem een hypotheekrente van 4,0% en een aftrektarief van 36,97%. De rente die je werkelijk kwijt bent, is dan geen vier procent maar 2,52%. Dat is meteen het gegarandeerde, onbelaste rendement van aflossen: elke euro die je aflost, bespaart je 2,52% netto per jaar.

De twee rendementen na correctie, 2026
Beleggen, bruto rendement7,00%
Af: box 3-heffing (6% forfait × 36%)− 2,16%
Beleggen, netto na box 3± 4,69%
Aflossen, hypotheekrente4,00%
Af: renteaftrek box 1 (36,97%)− 1,48%
Aflossen, netto gegarandeerd2,52%

Het verschil dat in de folder zeven tegen vier was, is na correctie 4,69% tegen 2,52%. Nog steeds een voorsprong voor beleggen, maar nu met een belangrijk verschil erbij: de 4,69% is een verwachting met spreiding, de 2,52% is een zekerheid. Het ene rendement kan in een slecht jaar negatief zijn, het andere staat vast.

Wat dat over vijftien jaar doet

Stel, je hebt € 30.000 over en een horizon van vijftien jaar. De folder rekent met zeven procent en komt op een mooi getal. Reken eerlijk, met box 3 en de aftrek, en het beeld kantelt.

€ 30.000, vijftien jaar, 2026
Folder-aanname: beleggen 7%, geen box 3€ 82.771
Beleggen, netto na box 3 (± 4,69%)€ 59.652
Aflossen, gegarandeerd (2,52%)€ 43.584
Wat de folder verzwijgt€ 23.119

De folder belooft € 82.771. Eerlijk gerekend blijft er na box 3 € 59.652 over. Het verschil van ruim drieentwintigduizend euro is geen rendement dat je misloopt door verkeerd te kiezen; het is rendement dat nooit heeft bestaan, omdat de folder de belasting weglaat. Beleggen wint hier nog steeds van aflossen, met ongeveer zestienduizend euro, maar dat voordeel is de prijs voor het risico, niet een gratis meevaller.

Het echte kantelpunt

De vraag die telt is niet of zeven groter is dan vier, maar bij welk bruto rendement beleggen na box 3 net zoveel oplevert als de zekerheid van aflossen. Met deze cijfers ligt dat omslagpunt op 4,78% bruto rendement per jaar. Haal je structureel meer dan dat, dan wint beleggen ook na belasting en risico. Haal je minder, dan was de gegarandeerde 2,52% van aflossen achteraf de betere keuze.

Dat kantelpunt verschuift met je situatie. Een hogere hypotheekrente duwt het omhoog, waardoor aflossen sneller wint. Een hoger box 3-vermogen, ruim boven de vrijstelling, duwt het ook omhoog, want dan weegt de forfaitaire heffing zwaarder op het beleggen. Wie nog onder de vrijstelling van € 59.357 zit, betaalt geen box 3 en houdt het volle beleggingsrendement: voor die belegger ligt het kantelpunt juist lager en wint beleggen eerder. Het algemene advies "beleggen levert meer op" klopt dus alleen voor wie de cijfers van zijn eigen situatie invult, en niet de cijfers van de folder.

Wat het rendementsverhaal verzwijgt

De bank die je hypotheek verstrekt heeft geen belang bij vervroegd aflossen; daar verdient ze haar rente aan. Het beleggingsplatform dat de calculator aanbiedt heeft geen belang bij aflossen; daar verdient het zijn beheerfee aan. Beide tonen daarom graag het brutorendement en laten de box 3-heffing buiten beeld, want die heffing is precies wat hun voorstel minder aantrekkelijk maakt. De Belastingdienst publiceert het forfait van 6% en het tarief van 36% netjes, maar zet ze niet naast jouw hypotheekrente in een vergelijking.

Tussen die partijen in zit de vraag die telt: wat is mijn werkelijke hypotheekrente na aftrek, wat is mijn verwachte beleggingsrendement na box 3, en boven welk rendement wint het risico van de zekerheid. Dat is een rekensom, en die maak je het beste met je eigen rente, je eigen vermogen en je eigen vrijstelling, niet met de zeven procent uit een advertentie.

Voor je eigen hypotheekrente, je box 3-vermogen en het kantelpunt tussen aflossen en beleggen met de tarieven van 2026: zie de aflossen-of-beleggen-tool.

Bronnen: Belastingplan 2026 en Belastingdienst (box 3-tarief 36%, forfait overige bezittingen 6%, heffingsvrij vermogen € 59.357 per fiscaal partner, € 118.714 met partner; tegenbewijsregeling werkelijk rendement). Maximaal aftrektarief eigenwoningrente box 1: 36,97% in 2026. Rekenvoorbeeld: hypotheekrente 4,0%, looptijd 15 jaar, beleggingsrendement 7% bruto; box 3-heffing benaderd als 6% × 36% = 2,16% per jaar over de belegde waarde boven de vrijstelling. Bedragen samengesteld en afgerond op hele euro's; persoonlijke factoren als bestaande buffer, rentevaste periode en risicotolerantie buiten de tariefvergelijking gehouden. Deze tekst is uitleg, geen advies.

Reken jouw hypotheekrente en het kantelpunt door op de aflossen-of-beleggen-tool. Eerlijk, gratis, met de cijfers van 2026.