Een voorlopige aanslag aanvragen klinkt slim — maandelijks teruggave in plaats van wachten tot na de aangifte. Maar het is niet altijd in jouw voordeel. Soms levert het zelfs geld op om hem juist niet aan te vragen.

Een voorlopige aanslag is een schatting van wat je dit jaar terugkrijgt of moet bijbetalen, op basis van wat je verwacht. Wie veel hypotheekrente betaalt, krijgt elke maand een twaalfde deel van de jaarlijkse teruggave op zijn rekening. Wie veel zelfstandig inkomen heeft, betaalt elke maand een twaalfde deel van de te verwachten aanslag.

De voordelen zijn duidelijk: cashflow loopt gelijk met je werkelijke fiscale positie, in plaats van met de aangiftecyclus die maanden later komt. De nadelen worden minder vaak besproken.

Hoe het werkt

Je vraagt een voorlopige aanslag aan via Mijn Belastingdienst, vult een schatting in, en de Belastingdienst rekent uit wat je per maand krijgt of betaalt. Komt het later anders uit, dan wordt het verschil verrekend in de definitieve aanslag.

Tot 2024 betaalde de Belastingdienst op een teruggave-voorlopige geen rente. Sinds 2024 wel — maar alleen onder zeer specifieke voorwaarden. En als je te weinig blijkt te hebben voorlopig betaald, rekent de fiscus belastingrente over het verschil, met een tarief dat in 2026 op 7,5% staat.

Scenario 1 — wanneer hij geld oplevert

De klassieke huiseigenaar met hypotheek. € 18.000 hypotheekrente per jaar, in schijf 2. Aftrekvoordeel: € 8.910. Verspreid over twaalf maanden is dat € 743 per maand teruggave.

— Mét voorlopige aanslag
Maandelijkse teruggave€ 743
Beschikbaar op je rekening, gemiddeld€ 4.460
Rentevoordeel bij 3,5% spaarrente+ € 156

Voor wie de huidige cashflow nodig heeft, is het verschil grotere dan dit cijfertje aangeeft. Niet hoeven schuiven met betaalrekeningen heeft een eigen waarde.

Scenario 2 — wanneer hij geld kost

De zzp'er met fluctuerend inkomen. Schat hij voor 2026 op € 60.000, maar het wordt € 80.000? Dan heeft hij over € 20.000 te weinig voorlopig betaald, en rekent de Belastingdienst 7,5% belastingrente over het bedrag dat hij vanaf juli 2027 nog moet bijbetalen.

— Onderschatting € 20.000 extra inkomen
Extra belasting (49,5%)€ 9.900
Belastingrente vanaf 1 juli 2027€ 743/jaar
Bij 9 maanden uitloop€ 557

De voorlopige aanslag die te laag was, kost dus rente. Een te hoge voorlopige aanslag levert nauwelijks rente op de andere kant op. De asymmetrie zit standaard in jouw nadeel.

Scenario 3 — de subtiel verkeerde voorlopige

De werknemer met bijbaan. Hoofdwerkgever houdt loonheffing in op basis van het reguliere salaris. De bijbaan houdt óók loonheffing in, maar op basis van de eigen tabel — alsof het de enige bron is. Resultaat: per jaar te weinig ingehouden door de optelling.

Wie geen voorlopige aanslag heeft, krijgt aan het eind van het jaar een aanslag met een paar duizend euro bijbetaling. Wie wél een correcte voorlopige had aangevraagd, had die schok niet gehad — maar ook geen onverwachte zomercheque om de jaarwissel mee door te komen.

Drie regels voor wie zelf wil rekenen

Eén: vraag pas een voorlopige aanslag aan als je je situatie redelijk stabiel kunt voorspellen. Voor wie net is begonnen als zelfstandige of in een wisselende baan zit, is de schatting per definitie onzeker — en de belastingrente bij onderschatting is fors.

Twee: schat liever te hoog dan te laag. Een hogere voorlopige inhouding kost je cashflow tijdelijk maar geen rente; een lagere kost je rente.

Drie: pas hem in de loop van het jaar aan. Bij grote veranderingen (nieuwe baan, kind, hypotheek oversluiten) ga je naar Mijn Belastingdienst en wijzig je. Dat is gratis en kan elk moment.

Voor een eigen doorrekening: zie de voorlopige-tool (Pro), die de rente-effecten van zowel hoge als lage schattingen uitrekent voor jouw situatie.

Bronnen: Belastingdienst belastingrente 2026, Mijn Belastingdienst-procedures. Deze tekst is uitleg, geen advies.

Reken jouw situatie door op de rekentools. Eerlijk, gratis, met de cijfers van 2026.