De Nederlandse inkomstenbelasting kent drie boxen, met drie verschillende tarieven en drie verschillende denkwijzen. Welk geld waar terechtkomt bepaalt hoeveel je betaalt — soms tot tienduizenden euro's verschil.
Het boxenstelsel bestaat sinds 2001. Daarvoor werd alle inkomen volgens dezelfde schijventabel belast. Sindsdien valt elk type inkomen in een van drie boxen, en elke box heeft zijn eigen regels.
Wat veel mensen niet weten: je hebt op een aantal punten invloed op in welke box je geld valt. En het tariefverschil tussen de boxen is groot genoeg om die invloed te willen gebruiken.
Box 1, werken, ondernemen, eigen woning
Box 1 is de grootste box. Hieronder valt loon, winst uit onderneming, resultaat uit overige werkzaamheden, AOW, pensioen, lijfrente-uitkeringen, en het eigenwoningforfait. Bijna alles wat met je dagelijkse inkomen te maken heeft.
Box 1 kent voor 2026 drie schijven:
| Schijf | Inkomen | Tarief |
|---|---|---|
| 1 | tot € 38.883 | 35,75% |
| 2 | € 38.883 – € 78.426 | 37,56% |
| 3 | vanaf € 78.426 | 49,50% |
In schijf 1 zit een groot deel AOW-, Anw- en Wlz-premies verstopt. Voor wie de AOW-leeftijd al heeft bereikt is de eerste schijf daarom lager — 17,87% in plaats van 35,75%. Dat verschil maakt belasting voor 65-plussers structureel anders.
Tegenover Box 1 staan de persoonsgebonden aftrekposten en de heffingskortingen. Hypotheekrenteaftrek werkt ook in Box 1 — sinds de aftrektariefbeperking maximaal tegen 37,56%, zelfs voor mensen die in schijf 3 zitten.
Box 2, aanmerkelijk belang (de DGA-route)
Wie 5% of meer aandelen heeft in een BV, zit met dat aandeelhouderschap in Box 2. Dat is de DGA — directeur-grootaandeelhouder — maar ook iemand die als familiair belang aandelen heeft in een ander bedrijf.
Box 2 kent voor 2026 twee schijven over dividend en vermogenswinst:
| Schijf | Bedrag | Tarief |
|---|---|---|
| 1 | tot € 68.843 | 24,5% |
| 2 | vanaf € 68.843 | 31% |
Met een fiscale partner kun je samen tot € 137.686 tegen 24,5% uitkeren. Voor een DGA is de keuze tussen loon uit de BV (Box 1) en dividend uit de BV (Box 2) een structurele afweging. Loon wordt belast in Box 1 (tot 49,5%), maar geeft wel recht op heffingskortingen en is voor de BV aftrekbaar van de winst. Dividend wordt belast in Box 2 (max 31%), maar is voor de BV niet aftrekbaar — er zit dus eerst nog vennootschapsbelasting (19% tot €200k winst, 25,8% daarboven) overheen.
De gecombineerde druk van vpb plus Box 2-dividendheffing komt voor de meeste DGA's uit in een bandbreedte van 38–46%. Dat is in veel gevallen iets gunstiger dan top-Box-1, maar veel minder dramatisch dan vroeger.
Box 3, sparen en beleggen (forfait, voorlopig)
Box 3 is de meest besproken box, en de meest verbouwde. Hieronder valt al je vermogen dat niet in Box 1 of Box 2 zit: spaargeld, beleggingen, een tweede huis, cryptovaluta, vorderingen.
Voor 2026 geldt nog het forfaitaire systeem, maar sinds 2023 met drie categorieën, elk met een eigen verondersteld rendement. De Belastingdienst belast dat veronderstelde rendement, niet het echte. Wel kun je sinds de Hoge Raad-uitspraak van december 2024 tegenbewijs leveren bij een lager werkelijk rendement.
| Categorie | Forfait 2026 | Effectief tarief |
|---|---|---|
| Banktegoeden (spaargeld) | 1,28% (voorlopig) | 0,46% |
| Overige bezittingen (beleggingen, vastgoed, crypto) | 6,00% | 2,16% |
| Schulden (boven drempel € 3.700) | 2,70% (voorlopig) | aftrek 0,97% |
Heffingsvrij vermogen: € 59.357 per persoon, € 118.714 met fiscale partner. Tarief: 36% over het forfaitaire rendement.
Op € 200.000 puur spaargeld (na vrijstelling € 140.643) betaal je dus ongeveer € 649 belasting in 2026. Op dezelfde € 200.000 in beleggingen: ongeveer € 3.038. Het verschil is groot — wie veel cash aanhoudt zit fiscaal heel anders dan wie belegt.
Vanaf 2028 komt er een nieuw systeem op basis van werkelijk rendement. Tot dan blijft de forfaitaire route de standaard.
De drie boxen tegen elkaar afgezet
Stel: drie Nederlanders verdienen elk € 100.000 op verschillende manieren.
- Werknemer, € 100.000 loon. Box 1, effectieve druk circa 32% na heffingskortingen → ongeveer € 32.000 belasting.
- DGA, € 100.000 dividend (uit BV die al vpb heeft betaald). Box 2 schijf 1 + 2 → ongeveer € 27.000 belasting plus de vpb daarvoor (≈ € 22.000) — gecombineerd zo'n € 49.000.
- Belegger, € 100.000 winst op € 1,2 miljoen vermogen. Box 3 forfait → circa € 26.000 belasting (let op: dat is niet op de € 100.000 winst maar op het vermogen daarachter).
De boxen zijn niet zomaar uitwisselbaar — de keuze welke box geldig is, ligt grotendeels vast in de aard van het inkomen. Maar op een aantal kruispunten kun je sturen: BV oprichten of niet, loon of dividend, beleggen in privé of in BV, schenken aan kinderen om vermogen te verlagen.
Waar je geld kunt verschuiven
Drie veelvoorkomende keuzes waar Box-positionering toe doet:
- Hypotheek aflossen of niet? Aflossen verlaagt je hypotheekrenteaftrek in Box 1 maar verhoogt je Box-3-vermogen. Vaak een patstelling, soms in jouw voordeel.
- Loon of dividend bij een BV? Hangt af van je inkomensbehoefte, je heffingskortingruimte, en of je BV ruimte heeft om dividend uit te keren.
- Schenken aan kinderen. Verlaagt je Box-3-grondslag. Combineer met jaarvrijstelling schenkbelasting.
Voor het doorrekenen van jouw situatie: zie de aangifte-tool, die alle drie de boxen naast elkaar zet.
Bronnen: Belastingdienst tarieventabellen 2026, Voorjaarsnota 2026. Tegenbewijsregeling Box 3 op basis van HR 6 juni 2024 (ECLI:NL:HR:2024:704). Deze tekst is uitleg, geen advies.
Reken jouw situatie door op de rekentools. Eerlijk, gratis, met de cijfers van 2026.